Uitgelicht bericht

Toespraak Voorzitter 76e herdenking.

Toespraak Herman Steendam, fort de Bilt,  1 mei 2021

Hartelijk welkom op deze herdenking op Fort de Bilt. De 76 herdenking. En voor het tweede jaar op rij helaas zonder de gebruikelijke vele belangstellenden hier ter plaatse. 

Een speciaal welkom daarom aan alle belangstellenden thuis die deze herdenking door corona alleen kunnen meemaken via het videoverslag op onze website.

De vertegenwoordigers van de burgerlijke autoriteiten zijn hier vanmiddag al geweest: de Commissaris van de Koning in onze provincie Utrecht, de heer Hans Oosters, de locoburgemeester van Utrecht, mevrouw Lot van Hooijdonk en de burgemeester van De Bilt, de heer Sjoerd Potters, legden een bloemstuk. Ook onze buren van de overkant van het fort, de Koninklijke Marechaussee, herdachten hier vanmiddag de ruim 100 op dit fort gefusilleerde Nederlanders. Dat waren niet alleen Utrechters; de slachtoffers kwamen uit heel Nederland.

De Tweede Wereldoorlog is in ons collectief bewustzijn verankerd. Inmiddels hebben bijna alle Nederlanders de oorlog niet meegemaakt en kennen ze de oorlog alleen uit de vele verhalen van hun grootouders en ouders, uit de vele boeken en uit de vele documentaires. Oorlogsgetuigen zijn er nauwelijks meer. Daarom zijn we heel blij met de komst vandaag van Marten Mobach, die op 5 mei 1945 ternauwernood aan executie op dit fort ontsnapte. De heer Mobach hoopt volgende maand 102 jaar te worden.      

Nog steeds komen vele verhalen over hoe gewone mensen de oorlog zijn doorgekomen aan het licht. Gisteren werd ik nog getroffen door het verhaal van Pieter Kuijt. Hij werkte in de duinen bij Den Haag, bij de Scheveningse gevangenis, het Oranjehotel. De Duitsers executeerden op de Waalsdorpervlakte 270 gevangenen en begroeven hen in naamloze graven in het duinzand. Pieter Kuijt markeerde dan de graven met helmgras en zorgde er zo voor dat de gefusilleerde mannen na de oorlog toch teruggevonden werden. Maar hij sprak er later nooit over; zijn familie moest dat van anderen horen.

Ook over de ruim 100 hier gefusilleerde mannen weten we niet alles. Ze zijn hier niet begraven. Een aantal van hen, zoals Herman Benschop, ligt hier vlakbij begraven op de Erehof op de RK begraafplaats aan de Princessenlaan aan de andere kant van de Berekuil. Ook is een aantal van hen op de dag van hun overlijden direct gecremeerd in Velzen. Hun as ging dan in een genummerde asbus naar Duitsland. Dankzij medewerkers van het crematorium, die in een boekje bijhielden op welke datum en waar de lichamen vandaan kwamen konden deze asbusnummers ook aan een naam gekoppeld worden.

De namen op deze stenen zijn vaak alleen een naam, maar zonder gezicht en zonder levensverhaal. Dat gaan we niet zo laten. Vandaag hebben we 8 van de hier omgekomen mannen al een gezicht gegeven. Zo meteen zal de kleinzoon van één van hen over zijn grootvader spreken. Evert Wasch spreekt over zijn grootvader Evert Nool en hij zal ook samen met zijn nicht Tuny Nool de krans namens alle nabestaanden leggen.

Om alle verhalen verder te ontsluiten hebben we twee geschiedenisstudenten van de universiteit Utrecht hier op het fort een stageplek gekregen. Patrick Heijden speurt in de archieven en op internet naar de verhalen van de hier gefusilleerde mannen en maakt ruim 100 biografieën met levensbeschrijving en foto’s. Een aantal van die gevonden foto’s hebben we al kunnen gebruiken voor de beide spandoeken die bij de naamstenen zijn opgesteld.

Dat laat ook zien dat het heel verschillende mensen waren die hier het hoogste offer brachten: een pater (Reinier Kloeg), een kapitein in het leger(Huibert van der Maaden), een jachtopziener (Evert Nool), twintigers (zoals Teus Oudhof, Cor van Ballegooijen en Kees van der Sande), mannen van 30: de beide Hermannen Besamusca en Benschop en tot slot mannen van rond de vijftig: de kapitein Van der Maaden en Evert Nool. Zij allen stelden een daad en deelden een sterk rechtvaardigheidsgevoel.

Ik had het over twee studenten die de verhalen van de mannen ontsluiten. De tweede student, Maud Roelse, heeft tot taak om een zo juist en zo compleet mogelijke lijst te maken van allen die hier op Fort de Bilt geëxecuteerd zijn. We wisten al wel dat niet allen hier vermeld op de eerste vijf naamstenen ook werkelijk hier hun leven lieten. Als die nieuwe lijst er is, zullen de naamstenen aangepast worden.   

Er zijn twee sprekers vandaag. Evert Wasch, die spreekt over Evert Nool, noemde ik u al. De tweede spreker is de heer Jan van Kooten, tot voor kort directeur van het 4 en 5 mei comité.

De trompetter bij de klok speelt na de toespraken de Last Post met aansluitend twee minuten stilte, waarna we samen de coupletten 1 en 6 van het Wilhelmus zingen.

Na het Wilhelmus wordt de krans van de nabestaanden gelegd.

Tenslotte is er daarna voor iedereen hier aanwezig de gelegenheid om langs het monument, de naamstenen en de gasdichte mitrailleur kazemat te lopen.

Naamplaten met banners

Toespraak Jan van Kooten

Toespraak Herdenking Fort de Bilt

Jan van Kooten

Nationaal Comité 4 en 5 mei, voormalig directeur

Zaterdag 1 mei 2021, 18.00 uur

Dames en heren,

Vorig jaar sprak hier Henk Morsink, chef militair Huis ten tijde van Koningin Beatrix. We vierden 75 jaar vrijheid in ons land, maar voelden ons niet vrij, want tegelijkertijd werd ons land geteisterd door corona. Niemand vermoedde dat we een jaar later nog steeds niet bij elkaar zouden kunnen komen om onze dierbaren te herdenken en stil te staan bij de verschrikkingen die hier in Fort de Bilt hebben plaatsgevonden.

Morsink sprak over Arie van Driel en Kees van de Sande. Twee verzetsmensen die hier enkele dagen voor de bevrijding werden gefusilleerd omdat ze linie-crossers waren. Vanuit het bevrijde Zuid-Nederland hielpen zij mensen in toen nog bezet Nederland boven de grote rivieren.

In 2018 sprak hier Gerdi Verbeet, de voorzitter van het NC 4 en 5 mei. Ze sprak over Marten Mobach en Minne Bouma. Minne werd op 5 mei 1945 direct bij zijn arrestatie doorgeschoten en zijn vriend Marten heeft het als door een wonder overleefd. Fijn en heel bijzonder dat u zelf hier aanwezig bent.

Achter elk van de 140 mensen die hier werden gefusilleerd, gaat een verhaal schuil. Achter elk van hen staat een familie: een vader, moeder, opa, oma, broer, zus, een partner, kind of kleinkind.

Een oorlogsslachtoffer sterft nooit alleen. Het gevoel van verlies en verdriet bij de dierbaren die achterblijven is groot, soms zelfs ondraaglijk. De oorlog is niet voorbij als de vrede getekend is. De oorlog is ook niet voorbij als de laatsten die deze oorlog zelf hebben meegemaakt zijn overleden. Oorlog werkt door in de tweede en ook in de daaropvolgende generaties. We weten uit onderzoek dat samen herdenken helpt bij het verwerken van het verlies. Samen bij een herdenking zijn of samen als land op 4 mei om 8.00 uur de twee-minuten stilte beleven, geeft een gevoel van verbondenheid. Een gevoel van niet alleen gelaten worden met je verdriet. De dierbare die wordt herdacht, komt weer even tot leven. De twee minuten stilte staan voor veel meer dan de afwezigheid van geluid en het stoppen met de alledaagse gesprekken. Het is een moment van individuele, collectieve en nationale bezinning op het verlies van mensen en de verschrikkingen van oorlog.

Maar er zijn nog twee aspecten van stilte die ik zou willen noemen. Op de eerste plaats de stiltes in families. Misschien herkent u ze. Families die stilvallen in de aanloop naar een herdenking of naar 4 mei. Waar alleen nog het hoogstnoodzakelijke wordt gezegd. Pijnlijke stiltes. De herinnering aan wat is gebeurd, is groter dan woorden kunnen uitdrukken. Soms, onverwacht, wordt er wel gesproken en worden toch de verhalen verteld. Dat kan gebeuren doordat een kleinkind, die een spreekbeurt moet houden aan grootvader vraagt “Opa, u heeft toch de oorlog meegemaakt? Wat gebeurde er toen …?”

Mijn bestuurslid, Rob Bauer, commandant der strijdkrachten, was bij de Start van 75 jaar vrijheid in Terneuzen. Hij spraak daar een Engelse veteraan van in de negentig, die begeleid werd door zijn zoon. Bauer was uiteraard in zijn uniform en de Engelse veteraan begon te vertellen over zijn ervaringen vanaf D-day tot de bevrijding in 1945. Een uur lang. Zijn zoon zei verbaasd en met tranen in de ogen: “ik heb al die verhalen van mijn vader nog nooit gehoord.”

Dan het tweede aspect van de stilte: de politieke stilte. We zijn in Nederland niet goed in het open kijken naar ons verleden. Het politieke zwijgen en toedekken van wat niet goed was tijdens de oorlog. Het meebewegen met de bezetter: het tekenen van ariërverklaringen, het innen van achterstallige huur en belastingen nadat mensen terugkwamen uit de concentratiekampen, het niet geven van steun aan mensen die in verzet kwamen. Maar ook het niet erkennen van de fouten tijdens de dekolonialisatie-oorlog.

Dat extreem geweld geen excessen waren van individuele soldaten, maar soms ook in opdracht van de militaire en politieke leiding. En zij die het moesten uitvoeren kregen ook de opdracht stil te zijn en er niet over te praten. Deze stilte werkt door in het leven van hen die gevochten hebben.

Verzet begint met het doorbreken van de stilte, met het niet normaal vinden wat niet normaal is. Het begint met kleine daden, met elkaar respecteren als mens, met een gezond wantrouwen tegenover de machten boven ons. Maar bovenal met trouw aan jezelf en trouw aan de democratie en de rechtstaat.

Wij zijn hier vandaag om de verzetsmensen te herdenken die vochten voor hun vrijheid maar er nooit van hebben kunnen genieten, want zij betaalden zelf de hoogste prijs. Wij zijn hun eeuwig schatplichting. Daarom moet Fort de Bilt blijven bestaan, als plaats van bezinning en herdenking. Met de blik naar de toekomst gebouwd op de herinnering aan het verleden.

Jan van Kooten

Toespraak Evert Wasch

Mijn grootvader Evert Nool.

Mijn grootvader heb ik nooit persoonlijk gekend. Wat ik over hem kan vertellen, heb ik dus helaas niet uit de eerste hand, maar gehoord en gelezen . Zijn  oudste zoon Piet is omgekomen bij de slag in de Javazee en de andere twee kinderen, mijn moeder en mijn oom Koos zijn na de oorlog overleden. Ikzelf ben de oudste van de drie nog levende kleinkinderen.

Niet alleen van mijn moeder en mijn oom maar ook van mijn vader heb ik veel over hem gehoord.   Daarnaast is er het een en ander over hem geschreven  in boeken die door Rie van Hoogdalem onder de naam “Heukelumse krakelingen” aan die plaats zijn gewijd.

Het is om te beginnen heel bijzonder dat diverse levens met elkaar verweven zijn. Zoals die van mijn ouders, die in twee plaatsen tegenover elkaar aan de Linge woonden. Leerdam en Heukelum. Mijn moeder Tuny Nool en mijn vader Johannes Wasch kwamen elkaar tegen, al zwemmend in de Linge, en helaas ook toen mijn vader – samen met anderen – bij zijn latere schoonvader zat ondergedoken om te ontkomen aan de verplichte arbeid in Duitsland.

Evert Nool was een man van weinig woorden. Hij was hard voor zichzelf en zijn directe omgeving. Hij had geen gemakkelijk leven, als jachtopziener was de beloning karig en moest hij vaak zijn levensonderhoud aanvullen door wat hij aan wild in de omgeving wist te verschalken.  Ook leidde hij politiehonden op en organiseerde hij voor de heren van en om het kasteel jachtpartijen.  De kinderen werden streng maar rechtvaardig opgevoed. Zaken die hij ze meegaf waren: een man “een man een woord een woord” en “vertrouwen mag nooit beschaamd worden”.

Tot zijn taak behoorde het om de omgeving te bewaren voor stropers. De honden waren getraind op het signaleren daarvan. Een van de honden lag direct achter het voeteneind van het bed en sloeg aan als er in de omgeving verdachte lieden rondliepen. Soms zelfs als dat nog kilometers ver was. De honden, meest herders, liepen dan feilloos op de stropers af en die zorgden er wel voor  om zich niet tegen hen te verweren. Bij mindere vergrijpen kon Evert Nool ook zijn mildere kant laten zien. Jongens die na slootje springen vogeleieren hadden gestolen, kwamen er vanaf met de boodschap dat ze maar terug moesten gaan, maar dan zonder polsstok of met een stevige klap op de pet waaronder de eieren bewaard waren, zodat het struif ze door de ogen liep.

Hij was niet godsdienstig, maar in huize Nool (De Til in Heukelum) hing een tegel met het opschrift: “Verberg de verdrevene en meld de omzwervende niet (Jesaja 16:3)”. En dat brengt me naar de oorlog.

Evert was de leider van een verzetsploeg en heeft bij een overval op een distributiekantoor de nodige kaarten voor voedsel ten behoeve van onderduikers weten te bemachtigen. Ook had hij een radio met verbinding naar Engeland in huis. Helaas heeft hij niet doorzien dat een man die zich bij hem meldde een verrader was. Wat ertoe leidde dat op de zwarte dag van 28 januari 1945 de bezetter Evert Nool en de twee andere verzetsstrijders, Marinus Visser en Arend Zeemering, arresteerde. Mijn moeder heeft nog geprobeerd hen te waarschuwen, maar het was helaas te laat.

De gevangenen zijn toen afgevoerd naar de gevangenis aan het Wolvenplein in Utrecht. Met de andere vrouwen is Tuny Nool in de ijzige koude van de winter van 1944/1945 naar Utrecht gefietst. Ze kreeg haar vader niet te spreken, maar wel kon ze een brief voor hem afgeven. Heen ging het nog met de pont, terug niet meer en via balken in de opgeblazen brug konden ze toch nog de overkant van de Lek bereiken en verder terug naar huis fietsen. De brief is later teruggevonden op het lichaam van haar vader, doorboord door een van de kogels waarmee hij ter dood is gebracht.

Tot zover over hem en met hem zijn medestrijders, die wij hier herdenken.

Een stap naar het heden.

We leven in een onzekere situatie, waarbij we een bedreiging van buiten ervaren. Omdat we veel tijd thuis moeten doorbrengen, worden we geconfronteerd met onszelf, in een positie van relatieve uitzichtloosheid. Waarbij de last daarvan voor de een zwaarder weegt dan voor de ander. We zijn onvrij om te doen en te laten wat we in een normale situatie kunnen.

Maar doordat we teruggeworpen worden op onszelf maakt het ook ons bewust van zaken waaraan we anders voorbijgingen. En misschien is dat wel de overeenkomst met de situatie waarin Evert Nool leefde. Dat we in de beperking van het dagelijks leven ons des temeer bewust worden van kernwaarden. Van wat het betekent om vrij te zijn, en om in die vrijheid bedreigd en zelfs aangetast te worden. Je weegt dan af en maakt keuzes. Dat leidde er voor Evert Nool toe om hulp te bieden aan anderen, in de wetenschap dat hij daarbij zijn leven op het spel zette. En het bijzondere is dat hij dat niet bijzonder vond, maar dat hij dat deed omdat het gewoon moest.

“Verberg de verdrevene en meld de omzwervende niet”, dank je wel Opa.

Evert Wasch, 1 mei 2021, Fort De Bilt.

Herdenking 1 mei 2021

Helaas kunnen we ook dit jaar de herdenking niet organiseren zoals we dat gewend zijn.
Wij volgen de adviezen van de regering en het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Net als vorig jaar zal er een herdenking zonder publiek plaatsvinden op zaterdag 1 mei 2021 om 18:00 uur. Tijdens deze herdenking zal de heer Evert Wasch spreken, kleinzoon van Evert Nool, die op 31 maart 1945 op Fort de Bilt gefusilleerd werd. De tweede spreker is de heer Jan van Kooten, scheidend directeur van het Nationaal Comité 4 en 5 mei.

Voor nabestaanden en overige belangstellenden is het fort op zaterdag 1 mei 2021 geopend van 12:00 tot 18:00 uur om het monument en omgeving te bezoeken voor een individueel moment van gedenken. Bij Hotel Mitland kunt u parkeren: het monument is bereikbaar via het hek tussen het parkeerterrein en het fort. Wie om 18:00 uur nog aanwezig is zullen we niet wegsturen, maar vragen we gepast onderling afstand te houden. Een video-registratie van de herdenking zullen wij plaatsen op de website monumentfortdebilt.

Op de achterkant van deze brief staat een oproep aan alle nabestaanden van op ons fort gefusilleerde personen om uw e-mailadres bekend te maken. Wij vragen iedereen die deze brief krijgt met klem daarop te reageren. Wij hebben voor de jaarlijkse uitnodigingen nu een verouderd adressen bestand waarvan we in veel gevallen niet weten wat uw relatie is tot de op ons fort gefusilleerde mannen. Wij zijn bezig om van alle ruim 100 gefusilleerden een persoonsbeschrijving te maken en die te vermelden op onze website. Zo geven we ze een gezicht en vergeten we ze nooit. Die beschrijvingen vormen samen een digitaal monument voor nu en de toekomst.

Met dank en vriendelijke groet,
Namens het bestuur van de stichting Herdenkingsmonument Fort de Bilt.

Speech Henk Morsink Herdenking 40-45, fort De Bilt Zaterdag 2 mei 2020 i.h.k.v. RMWO4

Geachte nabestaanden van oorlogsslachtoffers en andere luisteraars,

Dit zou een bijzondere herdenking worden. We vieren 75 jaar vrijheid in ons land. Tegelijkertijd wordt ons land geteisterd door een virus en zijn onze steden spooksteden geworden. Ik had hier graag voor een grote groep belangstellenden gestaan, maar het is begrijpelijk dat er vandaag geen andere mogelijkheid is.

75 Jaar geleden was ons land een verdeeld land. Dat was ook al zo aan het begin van de oorlog: er waren mensen voor en tegen de Duitse bezetting en het aantal verzetslieden groeide sterk in vijf jaar. Maar vanaf het najaar van 1944 was er ook een andere scheiding: tussen het Noorden en het Zuiden, tussen bezet en bevrijd Nederland.

De Biesbosch kwam tussen de linies van de Duitsers en de geallieerden te liggen. Daar zetten 21 dappere verzetsstrijders hun leven op het spel als linie-crosser, voor het realiseren van een route van Noord naar Zuid en omgekeerd. Een route tussen bezet en onbezet gebied. Een route, die veel mogelijk maakte, zoals:

  • het overbrengen van geallieerde piloten, Joden en anderen die gevaar liepen, van bezet naar bevrijd Nederland;
  • het aan twee kanten delen van informatie, die verzameld was tijdens de spionageacties van de verzetsgroepen;
  • het binnensmokkelen van agenten en schaarse medicijnen in bezet Nederland.

Zo was er in het nog bezette deel van Nederland een groot tekort aan insuline en zijn er tienduizenden suikerpatiënten gered door de inzet van deze linie-crossers.

Deze verzetsstrijders voelden zich betrekkelijk veilig. Voor hen was het gebied overzichtelijk en het afleggen van de route – met roeiboten en kano’s – werd een routine. Deze 21 strijders hebben in 8 maanden tijd zo’n 370 crossings gemaakt. In de huidige tijd zou het een special force actie zijn, waarvoor militairen intensief getraind worden.

Twee van deze verzetsstrijders waren Arie (‘Aike’) van Driel en Kornelis Pieter (‘Kees’) van de Sande. Ze waren niet opgeleid en getraind voor dit werk, maar zagen het als hun plicht om zich in te zetten voor mensen die in nood verkeerden.

Kees maakte de tocht van 18 km 22 maal en Aike zelfs 54 keer. Zo’n tocht duurde 3 uur als alles meezat, maar kon ook 8 tot 12 uur duren.

Op 18 maart 1945 maakte Aike zijn 54e en laatste crossing, in dit geval van Noord naar Zuid. Zijn doel was het overzetten van drie agenten van het bureau Inlichtingen. Op de plaats waar de Nieuwe Merwede en de Amer samenvloeien werd zijn gedeeltelijk lekke boot door de Duitsers geënterd. De inzittenden werden gevangengenomen en naar de gevangenis in Rotterdam gebracht. Later werd Aike overgebracht naar de gevangenis aan het Wolvenplein in Utrecht.

Daar kwam later ook Kees van de Sande terecht, die op 3 maart werd opgepakt in zijn huis in Sleeuwijk. Ze werden in de gevangenis een maand lang ondervraagd en mishandeld.

Op 30 april 1945 werden ze op dit fort door een dronken Duitser gefusilleerd. Aike en Kees stierven in het zicht van de bevrijding, slechts 5 dagen later. De vrijheid waarvoor ze zich vol overgave hadden ingezet, mochten ze zelf niet meer meemaken.

Drie jaar later, in augustus 1948, werden Aike en Kees postuum geridderd met de Militaire Willemsorde. Voor de nabestaanden kan dat een troost zijn. Deze oorlogshelden zelf hebben er geen weet van: op hun laatste moment keken ze in de loop van een geweer.

Op de Protestantse begraafplaats in Werkendam zijn Aike en Kees begraven. Er is in deze gemeente ook een monument opgericht om deze helden te herdenken.

Aike en Kees maken ons – net als vele andere verzetshelden – duidelijk hoe mensen het verschil kunnen maken voor anderen in een tijd van grote onzekerheid. Ze deden dat belangeloos en zonder besef van de afschuwelijke consequenties, nadat ze waren opgepakt. Ze laten ons zien dat iedereen met het hart op de goede plek ertoe doet in deze samenleving.

Dat realiseren we ons nu ook weer in deze crisistijd. Een crisis, die niet vergelijkbaar is met de oorlog, maar die ons wel wakker schudt. Die ons laat voelen hoe belangrijk saamhorigheid en veiligheid in deze samenleving zijn. Die ons laat zien dat we ertoe doen.

Ook Aike van Driel en Kees van de Sande deden er destijds toe. We vergeten hen niet, evenmin als alle andere verzetshelden die hier en elders om het leven kwamen.

Herdenking 2020 Bestuur leest alle namen en onthulling RMWO4 .

Toespraak Herman Steendam, fort de Bilt,  2 mei 2020

Hartelijk welkom aan u allemaal bij deze bijzondere herdenking in Corona-tijd van de gevallen Nederlanders hier op Fort De Bilt. Dat welkom geldt vooral aan allen die deze herdenking nu noodgedwongen op afstand en via de website moeten volgen.

Mijn naam is Herman Steendam en ben voorzitter van de stichting Herdenkingsmonument Fort de Bilt die deze herdenking elk jaar organiseert. Ik sta hier vandaag in het uniform van de Koninklijke Landmacht. Ik draag het uniform vandaag uit respect voor de beide ridders Militaire Willemsorde en voor onze spreker generaal Morsink.  Daarover zo meer.

We staan vandaag niet op de gebruikelijke plaats bij het beeld rechts van mij. We hebben vandaag alleen toeschouwers aanwezig die medewerking verlenen aan deze herdenking. Er zijn vandaag geen autoriteiten aanwezig. Vanmiddag hebben de Commissaris van de Koning van Utrecht, de burgemeesters van Utrecht en De Bilt en de burgemeester van gemeente Altena voor bloemen gezorgd. Zij herdenken en gedenken vandaag de slachtoffers op afstand. Ook liggen er bloemen van onze buren van de andere kant van het fort, de Koninklijke Marechaussee.

Vanmiddag hebben ook een aantal nabestaanden en belangstellenden de gelegenheid genomen om hier individueel te herdenken en om bloemen te leggen. Wij herdenken vandaag alle mannen en die ene vrouw die hier en elders in Utrecht omgekomen zijn bij oorlogsgeweld. Dat is in de meeste gevallen omdat zij hier op het fort of elders zijn gefusilleerd, maar er zijn ook mensen bij die tijdens tewerkstelling in Duitsland zijn omgekomen.

We lezen hun namen vandaag van de zes naamstenen hier links en rechts van mij. Dat begint bij Johannes Mulder op 3 mei 1942, die hier als eerste op het fort werd gefusilleerd en het eindigt bij Cornelis Odijk die op 7 mei 1945 bij een schietpartij met Duitsers in het Wilhelminapark hier vlakbij omkwam. Steeds wordt afgesloten met de indringende laatste 4 regels van het gedicht Vrede van Leo Vroman.

De namen zullen door zes mensen worden voorgelezen. Dat zijn bestuursleden van onze stichting Herdenkingsmonument Fort De Bilt. Voor de derde naamsteen hebben we een bijzondere gast: die namen worden voorgelezen door Marten Mobach. De heer Mobach is 100 jaar jong en heeft nog de herinnering uit de eerste hand aan een aantal mensen die hier op de naamstenen vermeld zijn. Hij herdenkt speciaal zijn vriend Teus Oudhof die hier op 27 september 1944 op gruwelijke wijze werd vermoord.

Na dit dodenappèl volgt een korte toespraak van generaal-majoor Henk Morsink. Als kanselier der Nederlandse Orden gaat hij over het toekennen van onderscheidingen en ook over de hoogste onderscheiding die we in Nederland kennen: de Militaire Willemsorde. Hier op het fort zijn op 30 april 1945 de linie crossers Aike van Driel en Kees van de Sande gefusilleerd. Beiden werden in 1948 postuum benoemd tot Ridder Militaire Willemsorde 4e klasse.

Wij hebben nu bij hun naam op de 5de steen gezet:  RMWO4.
Henk Morsink zal dit onthullen. Deze speciale aandacht voor deze inwoners uit Werkendam is ook de reden dat hun burgemeester bloemen heeft bezorgd. In normale tijden zou hij zelf aanwezig zijn geweest en een krans gelegd hebben.

We sluiten af met de het signaal taptoe infanterie, twee minuten stilte en vers 1 van het Wilhelmus.

Ik rond af. Vandaag staan de dikke zaterdagkranten vol over herdenken en bevrijdingsdag. Vol verhalen van mensen op zoektocht  naar wat hun omgekomen voorvaderen hebben gedaan.

We merken steeds meer dat nabestaanden, vaak kleinkinderen op zoek gaan naar hun in de oorlog omgekomen grootouders.

Internet is daarbij een geweldige bron van informatie. Dat betekent ook dat wij als fortbestuur steeds meer vragen en opmerkingen krijgen over de al dan niet juiste vermelding van hun voorvader op de stenen hier. Wij zijn het afgelopen jaar begonnen naar een grondig onderzoek bij het NIOD naar wie precies hier op het fort zijn omgekomen.

Daarnaast willen we een digitaal monument maken van de mensen die hier op het fort het leven lieten. Ik roep daarvoor iedereen op om ons te melden wie uw voorvader was: een portret foto, een levens- beschrijving en wat was de aanleiding dat hij hier op het fort werd gefusilleerd. Op de site staat daarvoor een leidraad.

Dank u wel. Ik hoop u volgend jaar op zaterdag 1 mei weer allen hier te zien.

Geen Herdenking Fort De Bilt Zaterdag 2 mei 2020 i.v.m. Coronamaatregelen.

De herdenking op Fort de Bilt is altijd op de zaterdag voorafgaand aan de 4de mei. Dit jaar is dat op zaterdag 2 mei.

De coronamaatregelen verbieden samenkomsten tot 1 juni dus we willen in lijn met de dodenherdenking op de Dam een herdenking zonder publiek.

De sobere ceremonie zaterdag 2 mei is als volgt:

Vlag half stok en de klok luiden.

18: 00 uur 6 mensen lezen de namen voor van de 140 gevallenen die vermeld staan op de zes naamstenen.

Extra aandacht voor de verzetsstrijders Aike van Driel en Kees van de Sande. Zij werden postuum benoemd tot Ridder Militaire Willemsorde 4e Klasse. De Kanselier der Nederlandse Orden, generaal-majoor bd Henk Morsink zal hierover spreken.

Dit jaar dus ook geen ontvangst vooraf in hotel Mitland. Het Fort is geopend van 12:00 uur tot 18:00 uur.

Bij hotel Mitland is parkeren mogelijk. U kunt dan via het pad achter de parkeerplaats naar het monument lopen.

Kranslegging namens de nabestaanden door het bestuur van de stichting Herdenkingsmonument de Bilt.